Inhoudsopgave

Inleiding

In het eerste artikel in deze reeks 'Ontwarend Bewustzijn' hebben we de aard van ons gewaarzijn en bewustzijn onderzocht. Gewaarzijn werd daarin gezien als de registratie op neurologisch niveau van de inwendige en uitwendige zintuiglijke prikkels. De verwerking van deze prikkels werd gedefinieerd als bewustzijn. Dit bewustzijn liet zich onderscheiden op het associatieve en verbale niveau.
In het tweede artikel 'De Jacht op Mezelf' wordt duidelijk dat we ons overwegend identificeren met de term 'ik' in ons verbale bewustzijn.
Ik wil in dit derde artikel 'Gestalt in Hypnos' de stap maken naar het wezen van ons menselijk contact om van daaruit de therapeutische ontmoeting te belichten.


Inleiding

In het eerste artikel in deze reeks 'Ontwarend Bewustzijn' hebben we de aard van ons gewaarzijn en bewustzijn onderzocht. Gewaarzijn werd daarin gezien als de registratie op neurologisch niveau van de inwendige en uitwendige zintuiglijke prikkels. De verwerking van deze prikkels werd gedefinieerd als bewustzijn. Dit bewustzijn liet zich onderscheiden op het associatieve en verbale niveau. Op het niveau van ons associatieve bewustzijn integreren we verbanden zonder dat deze woorden krijgen in het verbale bewustzijn. De koekjestrommel die er de hele tijd al stond valt me plotseling op. Het kan zelfs zijn dat ik ongemerkt er al iets uitgenomen heb. Op dit associatieve niveau organiseren zich onze aandacht, verbeelding en gedrag. Deze verbeelding komt heel manifest naar voren in onze dromen. Het verbale bewustzijn geeft woorden aan ons gewaarzijn en aan de inhoud van het associatief bewustzijn: "Ik word me ervan bewust dat ik honger heb". Over het algemeen wordt slechts het verbale niveau aangeduid met de term bewustzijn en wordt het associatieve bewustzijn gezien als onbewust of voorbewust. Ik ga hier in deel twee dieper op in aan de hand van onze identificatie met de term 'ik'.

In het tweede artikel 'De Jacht op Mezelf' wordt duidelijk dat we ons overwegend identificeren met de term 'ik' in ons verbale bewustzijn. 'Ik' kies er voor om naar bed te gaan maar dromen overkomen me en komen uit mijn onbewuste. De betekenis van persoonlijke veranderingsprocessen worden vanuit het perspectief van ons bewustzijn bekeken. Wie verandert wie als we onszelf veranderen? De structuur van onszelf komt als transcendent identificatiepunt naar voren. Bekende begrippen als bewustzijn en identiteit worden, net als sfeer, in hun transcendentie zichtbaar. Heel direct en zelfs lijfelijk kunnen we de sfeer van een huis al bij het betreden ervaren. We hebben hiervoor geen kennis nodig van de architectuur of de bewoners. Ons verbale bewustzijn kan echter zoiets als sfeer niet in woorden vangen. Het is een ervaren dat plaats vindt in ons associatief bewustzijn. Dit is de laag van ons bewustzijn waarop we ons verhouden tot transcendentie. De filosofie van Martin Heidegger en de veldtheorie bieden een perspectief op een niet objectmatige psychologie.

Ik wil in dit derde artikel 'Gestalt in Hypnos' de stap maken naar het wezen van ons menselijk contact om van daaruit de therapeutische ontmoeting te belichten. Het zal blijven bij een vingerwijzing in het duister. Een kritische predikant zei ooit dat het belangrijk is om te blijven spreken over datgene waar principieel niet over gesproken kàn worden. Ik hoop dat wat ik hier schrijf mag inspireren.

Het Gestalt-therapeutisch contact vraagt, meer dan andere therapeutische benaderingen, om een open verstaan van de impliciete lagen in het contact. Hoe werken de niet benoemde en benoembare lagen in het contact? Hoe verhoudt de verbale inhoud van het gesprek zich tot de rijkdom van wat zich associatief ongezien en ongeweten voordoet? Ik zal deze lagen duiden als de hypnotische werkzaamheid in de Gestalt-therapeutische ontmoeting omdat ze onttrokken zijn aan onze bewuste waarneming. Al dertig jaar in de rol van therapeut, verbaas ik me nog elke dag over wat er in het therapeutisch contact plaats vindt. Ik verwonder mij erover dat het gebeuren in haar bijzonderheid steeds eenvoudiger lijkt te worden. Het lijkt of ik steeds minder doe en er steeds meer gebeurt. Deze artikelenreeks is een poging om het weinige doen en het vele gebeuren duidelijker in beeld te krijgen. Ik kan mij verwonderen over terloopse dingen die ik doe of zeg in het therapeutisch contact, zonder me te realiseren van waaruit ze naar voren komen. Het kan een terloopse uitspraak zijn, een aarzeling of zelfs een woord dat de plank ogenschijnlijk mis lijkt te slaan. Onwillekeurige bewegingen en reacties die het gesprek een totaal andere wending geven, vallen mezelf pas achteraf op. Het lijkt vaak of alles achteraf betekenis krijgt in een grotere Gestalt.

Ik heb een indrukwekkend gespeeld pianoconcert op staan. De pianist kan niet weten wat zijn vingers, voeten, lichaamshoudingen en gevoelsbewegingen allemaal doen. Hij is één met het stuk dat zich laat spelen. Zijn spel werkt in op mijn stemming en inspireert me zelfs tot deze zinnen. Een therapeutisch gesprek lijkt op een muziekuitvoering. De partituur van het therapeutisch contract ligt vast. De techniek van het spel heeft zich in elke vezel van mijn ervaren verankerd. De ontmoeting vraagt om concentratie en zorgvuldige afstemming. Wat zich vervolgens in de afgesproken tijd ontvouwt, zijn altijd weer verrassende, inspirerende en bewogen ontmoetingen. Ze lijken zich buiten mij om te voltrekken.


Contact

Het woord 'contact' kan het beeld oproepen van twee mensen die een bepaalde betrokkenheid op elkaar hebben die we contact noemen. We kunnen ook contact hebben met een groep mensen, met lagen in onszelf, met dieren of met God. In het kader van dit artikel ga ik nader in op het contact tussen therapeut en cliënt. Er laten zich hierbij drie afzonderlijke entiteiten onderscheiden: de therapeut, de cliënt en het contact dat ze hebben. Ik wil voor ik inga op het contact de entiteit 'persoon in het contact' nader beschouwen.


Personen in contact

Zoals we in 'De Jacht op Mezelf' zagen, onttrekt ons mens-zijn zich aan de wereld van kenbare (immanente) entiteiten. Als we spreken over onszelf of, zoals in dit geval over de therapeut en de cliënt, is dit een verwijzing naar wat zowel hun concreet kenbare en fysieke verschijning als hun rol in de therapie overstijgt. De beide mensen, als subject betrokken in het therapeutisch proces, zijn niet te vangen of te definiëren als object. Net als het begrip 'vrije wil', is onze identiteit een wezenlijk niet kenbare transcendentie.

De filosoof Martin Heidegger trekt hieruit de consequentie om het niet meer over 'mens' als entiteit te hebben maar te spreken over 'Dasein', het 'Er-zijn'. Hij verwijst hierin naar de open zijnswijze van onze menselijke existentie. Deze open zijnswijze of transcendentie van de mens nodigt ons er toe uit om beide mensen in ons voornoemde contact niet als afzonderlijke entiteiten te onderscheiden, maar te beschouwen als een 'Samen-er-zijn' ('MitDasein'). Op het moment dat ze elkaar tegemoet treden, is er sprake van een wisselwerking. Dit betekent dat niet te herleiden is wie van de twee wat bepaalt. Alhoewel de therapieruimte, de tijd en de hulpvraag bepaald zijn, is er in de ontmoeting van meet af aan een afstemming op elkaar verweven die zich aan verwoording onttrekt. Heidegger beschrijft een drietal aspecten die de ontmoeting kenmerken. In de eerste plaats noemt hij de 'Stimmung'. Het Duitse woord 'Stimmung' staat, net als ons woord 'stemming', voor een persoonlijk beleven dat onderdeel uitmaakt van een collectieve gevoelsverbondenheid. In de tweede plaats noemt hij het 'Verstehen'. Dit begrip sluit aan bij ons woord 'verstaan' voor zover we het in figuurlijke zin gebruiken. Een goed verstaander heeft aan een half woord genoeg. Hiermee wordt niet het letterlijke horen bedoeld, maar een begrijpen dat de letterlijke woorden overstijgt. Vanuit onze collectiviteit begrijpen we veel zonder dat er woorden aan te pas komen. In de derde plaats noemt hij het begrip 'Rede'. Dit begrip heeft betrekking op het afgestemd zijn in de taal. Dat dit artikel door u als lezer begrepen wordt en u hopelijk aan het denken zet, illustreert het aspect 'Rede' in 'Dasein'.

Uit bovenstaande mag duidelijk zijn dat het perspectief van twee afzonderlijke mensen die elkaar vanuit hun afzonderlijke rol als therapeut en cliënt ontmoeten, een te beperkte manier van kijken is om recht te doen aan de gelaagde rijkdom van de ontmoeting. Onze vertrouwde analytische manier van kijken is gebaseerd op oneigenlijke premissen. Vanuit het ruimere perspectief van 'Dasein' krijgt de entiteit van 'contact' een ander perspectief.


Wezen van contact

Wat is contact eigenlijk? In de systeemtheorie wordt gesteld dat, als twee mensen elkaar in enige mate waarnemen, er sprake is van contact. Twee mensen die naast elkaar in de bus zitten en geen behoefte hebben aan contact, geven dit aan door wat afgewend te gaan zitten. In deze lichaamstaal hebben ze toch contact met elkaar. Ze kunnen niet niet communiceren.

Waarnemen van de ander
Zoals in 'Ontwarend Bewustzijn' beschreven bevindt het zintuiglijk waarnemen zich op het niveau van het gewaarzijn. Zodra ik me ervan bewust word dat ik iemand zie die ik al dan niet ken, is zintuiglijk waarnemen gesymboliseerd in het verbale bewustzijn. Op het niveau van dit bewustzijn wordt de ander als object gerepresenteerd.

Waarnemen van de ander als ander
Zodra ik me ervan bewust word dat ik iemand zie die ik al dan niet ken, is zintuiglijk waarnemen gesymboliseerd in het verbale bewustzijn. Op het niveau van dit bewustzijn wordt de ander als object gerepresenteerd. De waarneming van de ander als 'ander' is transcendent ten opzichte van het zintuiglijk en immanent waarnemen.
Het waarnemen van elkaar houdt meer in dan het zien van elkaar als fysiek lichaam. Met een lichaam hebben we geen contact. Als we door een neurologische aandoening een ander louter zien als een lichaam, een homp bewegend vlees, biedt dit geen mogelijkheid tot contact. Het is te vergelijken met een stekker in een stopcontact waar geen spanning op staat. Er is fysiek contact maar geen stroom. De elektrische spanning waar alles om draait overstijgt de fysieke verbinding tussen stekker en stopcontact. De elektrische spanning is een natuurkundig verschijnsel dat zich weliswaar op subatomair niveau laat verklaren maar dat van zichzelf geen object is. Het is een verschijnsel dat de wereld van tastbare objecten overstijgt. In het waarnemen van de ander als ander wordt het fysieke waarnemen overstegen.

Waarnemen in associatief bewustzijn
In het zien van de ander als ander verschijnt de ander ons als subject.
Het bewustzijnsniveau waarmee we de dimensie van het zien van de ander als ander tegemoet treden is dat van ons associatieve bewustzijn. Op dit niveau betreden we de transcendentie. Deze zinnen lijken misschien wat ingewikkelde filosofische taal, maar spreken in feite over wat voor ons allemaal in alle eenvoud door en door vertrouwd is. Zodra we een ander ontmoeten, of dit een terloops contact is met een kassière bij de supermarkt of een onverwachte ontmoeting met een erg goede vriend, ontstaat er onmiddellijk een gemeenschappelijkheid. Het is de sfeer waarin dingen wel of niet gezegd, gedaan of geuit worden. Het is een laag die niet verwoord kan worden. Het is wat Heidegger met 'Mitdasein' aanduidt.

Contact in wederkerig associatief bewustzijn
In het verlengde van het bovenstaande laat contact zich niet verenigen met het bewust ervaren van contact. Contact is wisselwerking in de tijd. Het is ons zeer vertrouwd, maar wordt alleen ervaren en gekend op het niveau van ons associatief bewustzijn. Het actuele contact is geen concreet en afzonderlijk waarneembaar 'iets'. Het bewust ervaren van het contact is een objectivering en bevriezing ervan. Het impliceert een distantiëring. Heel duidelijk wordt dit als een van beide gesprekspartners een uitspraak doet over het contact. Een opmerking als 'wat hebben we een gezellig en openhartig gesprek' kan de spontane gezelligheid doen verstarren. Contact is een fenomeen dat zich beweegt in niet benoembare transcendente sfeer.

Om dezelfde reden is ook het begrip 'veld' dat in Gestalt vanuit de veldtheorie vaak gebruikt wordt, geen bestaande realiteit. We kunnen zeggen dat ons handelen en ervaren deel uitmaakt van het veld waar we deel van uitmaken, maar kunnen het veld als zodanig nooit waarnemen of ervaren.


Vrijheid in contact

Net zoals de aansluiting op het elektriciteitsnet allerlei apparaten in werking stelt, zo opent contact de weg tot een scala aan mogelijke interacties, van debatteren, verkopen, bedriegen, beroven, steunen tot liefhebben. Contact is een wisselwerking die eenmalig in de tijd en daarmee altijd nieuw is. Dit geldt zowel voor het vluchtige contact met de kassière als de ontmoeting met een oude vertrouwde vriend. Contact is een wisselwerking in een veelheid aan factoren die op meerdere lagen op elkaar inwerken. Net zoals de kwantummechanica in de fysica laat zien, werkt deze veelheid van factoren zo op elkaar in dat er geen direct causale verbanden zijn te traceren.

In contact is er van meet af aan een afstemming op elkaar. De stemming van de ander wordt geregistreerd en geïntegreerd in de reactie op de ander. Het is een wisselwerking die al plaats vindt voor er een woord gesproken is. Er is een wederzijds woordeloos verstaan waar elke menselijke interactie op gegrondvest is. In de verdere wisselwerking zal een gesprek zich verdiepen, verbreden, escaleren of verstommen al naar gelang de behoeften, ervaringen, kennis, tijd en taal van de gesprekspartners. Dit samengevoegd met nog duizend-en-één andere toevallige en op elkaar inwerkende factoren, maakt duidelijk dat elk gesprek een onvoorspelbaar verloop heeft. De gesprekspartners hebben een grote mate van vrijheid om dit verloop te beïnvloeden.

Menselijke vrijheid, zoals in het existentialisme door de filosoof Jean-Paul Sartre beschreven wordt, is een begrip dat gemakkelijk misverstaan wordt. De menselijke absolute vrijheid betekent in deze filosofie dat we in vrijheid ons leven en onze waarheid ontwerpen. Dit kan gemakkelijk geïnterpreteerd worden als dat we op grond van bewust gemaakte keuzes, het 'ik' in het verbale bewustzijn, onszelf en ons leven vorm geven. Dit geeft de suggestie dat we alles zelf bewust in de hand zouden hebben. Het zou een grenzeloze verantwoordelijkheid en een potentiële almacht inhouden. De schuld aan het lijden op de wereld zou omgekeerd evenredig zwaar zijn. Als we deze keuzevrijheid echter in het licht zetten van het transcendente identificatiepunt van ons 'ik', zoals in 'De Jacht op Mezelf'2 beschreven, ziet deze absolute keuzevrijheid er minder absurd en rechtlijnig uit. Het is niet het beperkte 'ik' van het verbale bewustzijn dat de keuzes bepaalt, maar het 'ik' als transcendentie dat zich manifesteert als vorm vanuit het associatief bewustzijn. We maken in vrijheid keuzes zonder dat we weten dat we ze maken. Onze persoonlijke vrijheid en verantwoordelijkheid is transcendent omdat het de beperktheid van ons verbale bewustzijn overstijgt.


Hypnose en contact

Hypnose betekent letterlijk 'toestand van slaap'. Het is een neologisme van het Griekse woord húpnos (hypnos, slaap) en het achtervoegsel –ōsis (osis, toestand). Het is letterlijk de kunstmatig opgewekte toestand van slaap. Hypnos was een Griekse godheid die verwantschap vertoont met Hermes, de gevleugelde god, boodschapper en bemiddelaar tussen de goden en de mensheid.

Hypnotherapie versus Gestalt
Hypnose en het gebruik ervan in hypnotherapie is misschien niet iets wat je in een artikel over Gestalt zal verwachten. Volgens de theorie van de hypnotherapie daal je in hypnose af naar het onderbewuste. Dit is vanuit het gehanteerde theoretisch uitgangspunt tot veel meer bereid en tot veel meer in staat dan het wakkere en vaak kritische bewustzijn. Het is een theorie die zich moeilijk laat verenigen met de Gestalttheorie waarin de ervaring in de ontmoeting van het moment centraal staat. Het directe en soms confronterende contact in Gestalt is heel wat anders dan een zoetgevooisde hypnotherapeut die je meeneemt naar de wereld van je onderbewuste. De confrontatie met het niet weten, de creatieve indifferentie, is heel wat anders dan de helende suggesties die de hypnotherapeut je aanreikt. Mijn keuze om het concept hypnose te gebruiken om licht te laten schijnen op de processen die in de Gestaltbenadering ontstaan, ligt dan ook niet in deze verschillen in theorie, gebruikte technieken en beoogde doelstellingen. Ik hoop met dit theoretische concept zicht te krijgen op de processen die zich in de Gestaltbenadering aan ons bewustzijn onttrekken maar desalniettemin bepalend zijn voor de ontwikkelingen hierin.

Trance
Het is een fascinerend verschijnsel dat ons bewustzijn van dien aard is dat het in een toestand van trance kan verkeren. Zo kunnen we meegesleept worden door een spannend boek. We kunnen opgaan in een mooie film, in de ban raken van een charismatische persoonlijkheid of ons in extase laten gaan bij muziek en dans. Het zijn momenten waarop we in trance zijn en ons kritisch bewustzijn op een laag pitje staat. Dit zijn momenten waarop we ervaringen opdoen die dieper doorvallen dan we zouden toelaten vanuit ons kritisch bewustzijn. Deze ervaringen zijn rijker en dieper dan we kunnen verwoorden. Op het moment dat we besluiten om een spannend boek te gaan lezen (boeiende film te gaan zien of naar een belangrijke voetbalwedstrijd te gaan) is er sprake van een bewuste keuze. Na deze keuze laten we ons meevoeren in de stroom en laten we onze kritische afstandelijkheid varen. We geven ons over. In deze laatste woorden ligt in een notendop de gelaagdheid van ons bewustzijn besloten. Er is een onderscheid tussen 'we' en 'ons'. Het is een merkwaardige paradox dat we in staat zijn om zowel degene te zijn die iets laat gebeuren als degene met wie iets gebeurt. Deze ongerijmdheid houdt de mensheid in haar religie en filosofie al duizenden jaren bezig en zal dat blijven doen als zijnde onze grote en nooit oplosbare queeste. Het is deze ongerijmdheid die de grond vormt van ons vermogen tot hypnotische trance.

Het lijkt een paradox, maar onder hypnose laat een diepe trance zich vergezellen door een helder bewustzijn. Het is een bewuste keuze van de gehypnotiseerde om zich over te geven aan de hypnose en deze kan zich hieraan onttrekken als er dingen gesuggereerd worden die fundamentele grenzen overschrijden of botsen met essentiële normen. Voorafgaand aan de hypnotische sessie zullen er daarom afspraken gemaakt worden over de beoogde doelstelling en soms ook over de gewenste diepte van de opgewekte trance.

Inductie
Om de trance te induceren staan de hypnotherapeut verschillende methoden ter beschikking. De meest gebruikte vorm roept een diepe lichamelijke ontspanning op en reikt een uitnodiging aan om mee te gaan met wat de stem van de hypnotherapeut aan suggesties geeft. Er kunnen ook totaal andere inductiemethodes gebruikt worden. Hierbij kan zelfs van verwarring gebruik gemaakt worden om het kritische bewustzijn op het verkeerde been te zetten. Met een dergelijke psychologische judotechniek, kan de cliënt vanuit een sterke onrust bewogen worden om mee te gaan in de trance. Deze methode is aan te bevelen bij cliënten die het bedreigend vinden om te ontspannen. Milton Erickson kon op deze manier een hyperactieve man, met gedrag dat tegenwoordig de diagnose ADHD zou krijgen, in trance krijgen door zijn instructies te laten samenvallen met zijn onrustige bewegingen en vervolgens via korte aarzelingen te gaan vertragen. In verwarring zal het bewustzijn met de verwarrende informatie bezig zijn waarin de hypnotherapeut indirecte suggesties aan het onbewuste kan geven. Het aanbieden van suggesties vraagt om een techniek die vermijdt om het kritische bewustzijn aan te spreken. Zo zal een zin als "Het kan zijn dat een ontspannen gevoel bij je opkomt" gemakkelijker aanvaard worden dan "Je krijgt een ontspannen gevoel".

Hypnotherapie maakt gebruik van het mechanisme dat een gesproken woord of opgeroepen beeld een aansluitende reactie geeft op het niveau van gewaarzijn. Dit sluit aan op wat ik in het eerste deel van deze reeks besproken heb, dat symbolisaties zich verbinden met gewaarzijn. De hypnotherapeut weet zich met grote behendigheid en tact in dit grensgebied te bewegen. Een terloopse opmerking over het 'vertrouwen' dat het voorjaar nu echt op komst is, zal op onbewust ervaringsniveau een scala aan reacties geven waar in een volgende suggestie op voortgebouwd kan worden. Een koppeling als: "Je scriptie wil je graag dit voorjaar afronden" zal op het niveau van het associatieve bewustzijn verbonden gaan worden met een 'vertrouwen' hierin. Er ontstaat op ervaringsniveau een vertrouwen in het schrijven van de scriptie die dieper doorwerkt dan welke peptalk dan ook. Door de koppeling op gewaarzijnsniveau, zonder symbolisatie in het verbale bewustzijn, zal het vertrouwen ervaren worden zonder een concept te worden waar de cliënt zich mee moet verhouden. Vanuit de psychologische leertheorie en daarmee samenhangende gedragstherapie bekeken is er met klassieke conditionering een verbinding tot stand gekomen tussen scriptie en vertrouwen. Het gebruik van dergelijke technieken is een zeer berekenende manipulatie. Het is een beïnvloeding die ook in ons vertrouwde dagelijks leven een essentiële rol speelt. Reclame werkt grotendeels op deze laag van ons bewustzijn. Door het te verkopen product te koppelen aan iets wat een aangenaam, vertrouwenwekkend, veilig of opwindend gevoel geeft, zal het product zelf ook begerenswaardig worden. Dergelijke doelgerichte manipulaties staan haaks op de grondhouding van de Gestalttherapeut. De vraag dient zich dan ook aan hoe deze hypnotische beïnvloeding haar werk doet in Gestalt.


Gestalt en contact

Gestalt wordt wel omschreven als de therapie van het contact. Contact 'is'. Als transcendentie is contact in haar wezen niet te behandelen. Gestalt verkopen als 'een therapie van het contact' is een zin die een onmogelijkheid aanbiedt. Op dezelfde grond loochenstraft zich een formulering als 'therapie van de situatie'. Ook situatie is geen objectiveerbare entiteit waar we ons therapeutisch mee kunnen verhouden. De Gestaltbenadering heeft zichzelf voor een principieel onmogelijke opdracht gesteld door zichzelf als therapie te beschouwen. Hetzelfde geldt voor de suggestie om existentiële therapie te geven, het zijn zaken die principieel niet objectiveerbaar zijn.

De rijkdom van deze beide benaderingen is gelegen in hun openheid naar het menselijk zijn. Dit kan nooit 'iets' zijn wat je behandelt en nooit een techniek die je doet. Ze zijn daarom geen therapie, geen training, geen methode, geen leer en geen genezing. Ze bieden geen genezing, geen verlichting, geen verdieping en geen persoonlijke groei. Het is wel mogelijk dat een persoonlijk ervaren van bovenstaande naar voren kan komen. Als niet intentionele benadering moeten deze ervaringen gezien worden als bijproduct van de ontmoeting in Gestalt. Elke objectiverende beschrijving van doel en uitkomst laat zich onmiddellijk loochenstraffen omdat het de vrijheid van de menselijke existentie miskent. Het geven van Gestalttherapie als therapie is niet anders dan een illusie van de therapeut en een misleiding van de cliënt.

Na deze ontnuchtering wil ik de vaak fascinerende ontmoetingen in de Gestaltbenadering belichten. Gestalt hanteert de wat versleten uitdrukking dat ze blijft bij het 'hier en nu'. Deze uitdrukking staat echter voor een zeer springlevend en allerminst versleten uitgangspunt. De betekenis ervan is bij tal van gnostische, mystieke en anderszins esoterische stromingen terug te vinden. Ze blijkt al millennia lang slijtvast. Het 'hier en nu' is, net als de eerder beschreven begrippen als bewustzijn, identiteit en vrije wil, onttrokken aan het objectmatige kenbare en hanteerbare.

Zodra we het woord 'hier' gebruiken, verwijzen we naar de plaats of ruimte waarin we ons bevinden. Dit lijkt klare taal. Als we er filosofisch kritisch naar kijken, blijkt dit echter minder vanzelfsprekend. Filosofen krabben waar het niet jeukt schrijft Patricia de Martelaere (1993)! We zijn natuurlijk altijd hier omdat, als we daar zijn, dat daar dan hier geworden is. Tot zover is het logisch en valt er geen speld tussen te krijgen.
Alhoewel ..... Ik wijs er op dat ik hier ben. Ik wijs er op en ik ben tegelijkertijd. Ik kan overal met mijn vinger heenwijzen, behalve naar mijn vinger zelf. De conclusie dat ik hier ben, komt meer voort uit een abstracte logica dan dat het gebaseerd is op eigen waarneming. Met de uitspraak dat ik in het 'nu' ben is het nog gekker. Elke uitspraak die ik doe over het nu is geen nu omdat dit nu al lang weer gepasseerd is. Daar staat de volstrekt logisch bewijsbare uitspraak tegenover dat als het nooit 'niet nu' kan zijn, het altijd 'nu' moet zijn. De enige conclusie uit dit filosofisch brouwsel is dat elke uitspraak over 'hier en nu' volstrekte onzin is. De uitspraak is altijd waar, maar is tegelijkertijd in zichzelf altijd strijdig. Ik wil de rest van deze ontsporende gedachtegang overlaten aan professionele filosofen omdat ik er zelf niet meer uit kom. Ik trek de conclusie dat de uitspraak dat we in het 'hier en nu' zijn of dat we in of met het 'hier en nu' werken, volstrekte onzin is. 'Hier en nu' kan nooit benoemd worden, het is transcendent en overstijgt al het kenbare.

Misschien moeten we de betekenis van het 'hier en nu' in Gestalt op een indirecte en meer ingewikkelde manier beschrijven: in een open fenomenologische grondhouding laten we onszelf en de cliënt verrassen door het onverwachte dat zich in de ontmoeting manifesteert. De Gestalttherapeut doet geen bewuste doelgerichte interventies zoals de hypnotherapeut. Gestalt is juist een therapie van niet iets doen.

Dit niet benoembare noemen we gemakshalve 'contact'.


Gestalt in Hypnos

"Lose your mind and come to your senses" is de bom die Frits Perls (1969) liet vallen in de op bewustwording gerichte psychotherapie van die dagen. We belanden hiermee in één klap op de hypnotische gronden van het gewaarzijn. Gestalt en hypnotherapie zijn in dat opzicht minder ver van elkaar verwijderd dan de theorie en techniek doen vermoeden. Het begrip gewaarzijn staat centraal in 'Gestalttherapy' van Perls, Hefferline en Goodman (1951). Het wordt beschouwd als een niet bewuste laag. Bewustwording van het gewaarzijn wordt min of meer gezien als manifestatie van een verstoring in het contact. Het contactformatieproces voltrekt zich over het algemeen op een natuurlijke manier zonder tussenkomst van ons bewustzijn.

Het aangesproken worden op niet bewuste lagen in Gestalt komt overeen met de ervaring die een cliënt heeft in hypnotherapie, ware het niet dat hier een hypnotherapeut achter de schermen zit die het ervaringsproces in een gewenste richting stuurt. De Gestalttherapeut zit juist voor het scherm om het Gestaltformatieproces te ondersteunen en faciliteren. Deze is afgestemd op de cliënt en op wat er in hun ontmoeting gebeurt. Deze afstemming betekent dat de therapeut in de totaliteit van gewaarzijn en bewustzijn aanwezig is. Aangezien het verbale bewustzijn slechts het oppervlakkige bovenlaagje is van wat zich in diepere lagen van het associatieve bewustzijn voltrekt, zullen de meeste, zo niet alle Gestaltinterventies, voortkomen uit de laag van het associatieve bewustzijn. Vanuit een fenomenologische grondhouding zal de Gestalttherapeut zich laten verrassen door de symbolisaties die op dat moment vanuit deze laag naar voren komen. Het belangrijkste in het Gestaltformatieproces is om aandacht te houden voor wat zich voltrekt en hoe dit ten dienste staat van de cliënt. Dit laatste aandachtspunt is wat zich expliciet in het bewustzijn aandient en geeft aanleiding tot vragen over de ervaring van de cliënt zoals 'Wat doet dit met je?', 'Wat roept het bij je op?' of misschien iets meer gesloten 'Heb je hier wat aan, helpt dit je?' Het is weliswaar belangrijk om met de cliënt te reflecteren over wat er is gebeurd, maar het wezenlijke zit hem in het gebeuren zelf en dat beweegt zich per definitie op het niveau van het associatieve bewustzijn.

De kernvraag naar wat de werkzame factor is in de Gestaltbenadering zal zich dan ook richten op wat er niet-intentioneel en niet bewust bij de betrokkenen gebeurt. De interventies die uit de verbondenheid (Dasein) op associatief niveau naar boven komen, werken op een dieper niveau door dan interventies die voortkomen uit het verbale niveau, ook al zijn deze laatste vaak behulpzaam en soms nodig om de therapeutische relatie vorm te geven. Interventies vanuit de Gestalttheorie (zoals werken aan projecties, retroflecties of de polariteit topdog/ underdog) of Gestalttherapeutische technieken (bijvoorbeeld: lege-stoel, identificatie met droombeelden, uitwerken van polariteiten) zijn gebaseerd op het verbale bewustzijn.

  • Zijn de interventies die voortkomen uit associatieve bewustzijn van de therapeut interventies te noemen?
  • Doet de therapeut 'iets'?
  • Is Gestalt iets wat je doet, een techniek die je toepast?
  • Geef je Gestalttherapie?
  • Ben je een Gestalttherapeut of een Gestaltist?

Kenmerk en kwaliteit van Gestalt is dat een Gestalttherapeut zo weinig mogelijk 'doet'. Aanwezig zijn is niet 'iets' doen. De grond in het contact wordt gevormd door de hulpvraag van de cliënt. Deze nood zal zich in het 'MitDasein' een weg wijzen. Het is belangrijk dat er in het contact ruimte ontstaat waarin het associatieve en verbale bewustzijn zich kenbaar kan maken. Zoals in deel 1 van deze serie (Ontwarend bewustzijn) besproken, is dit de eerste fase van het experiencingproces dat E.T. Gendlin (1978) beschrijft. De kwaliteit van een Gestalttherapeut is, dat deze zo weinig mogelijk actieve gerichte interventies doet. Hij laat veeleer ruimte ontstaan die ondersteunt wat vanuit het gewaarzijn vorm wil krijgen in het symbolisatieproces. Het begrip 'Dasein' van Heidegger heb ik hierboven beschreven als een procesmatig afgestemd zijn in 'Stimmung', 'Verstehen' en 'Rede'. Deze afstemming is van daaruit een 'tussen'-gebeuren dat niet gezien moet worden als een activiteit waarin de een afstemt op de ander. Dit impliceert dat de associaties, gevoelens die de therapeut ervaart, deel uitmaken van het in de hulpvraag gegronde proces dat zich in het contact ontwikkelt. Zelfs al hebben ze binnen het bewustzijn van de therapeut geen vorm of woorden, ze zijn impliciet betekenisvol. Net zoals herinnerd wil worden wat we vergeten zijn, wil er naar voren treden wat impliciet in de grond van het contact aanwezig is. Dit maakt zich in het wederzijds ervaren duidelijk. Gestalt is een gezamenlijk ervarings- en symbolisatieproces van therapeut en cliënt. In deze zin beweegt de ontmoeting bij Gestalt zich grotendeels in Hypnos. De openheid voor het gezamenlijk associatieve bewustzijn levert beelden, herinneringen, bewegingen, gevoelens, herkenningen op die gedeeld en afgetast worden. Het associatieve terrein is de terra incognita waar therapeut en cliënt samen rondreizen. Het verbale bewustzijn zorgt voor een reisverslag.


Epiloog

Deze artikelenreeks is een heel verhaal geworden met filosofische en psychologische bespiegelingen. Ik kondigde in het begin van deel 1aan dat wat ik zou gaan beschrijven van een ontstellend grote eenvoud is. Het tegendeel lijkt waar als we het afmeten naar de lengte en moeilijkheidsgraad van deze artikelen. Kon ik het niet eenvoudiger zeggen? Komt het eigenlijk niet neer op de voor iedereen begrijpelijke zin dat de Gestalttherapeut op zijn gevoel af gaat en zijn intuïtie gebruikt? Het zou mij maandenlang hard werken bespaard hebben. Mijn overtuiging van de waarde van de woorden in deze artikelen ligt in de diepten die ze openen. Gestalt en de existentiële mensvisie zijn zo revolutionair dat ze maar door weinigen in hun werkelijke diepte verstaan worden. Ze zetten denkgewoonten en een vertrouwde manier van kijken zeer radicaal op zijn kop. Een zinsnede dat we onze intuïtie gebruiken gaat hieraan voorbij. Een dergelijke dingmatige formulering is taal van het objectivistisch denken dat verbonden is met een wereld waar Gestalt zich juist tegen afzet. Het is jargon dat past bij zweverige alternatieve therapieën en niet bij een vernieuwende psychologische en therapeutische stroming die gebaseerd is op een filosofie die ons hele westerse denken doet wankelen. Deze artikelen hebben niet de bedoeling om de waarheid te verkondigen. Ik hoop alleen te hebben laten ervaren hoe wankel ons vertrouwde waarheidsbeeld in wezen is.

Tot slot

Over de titel 'Ongezegd Gehoord' van deze reeks heb ik nog niets gezegd. Ongezegd is taalkundig weliswaar niet fout, maar toch wat merkwaardig gezegd. Het woord zegt dat er iets is, wat niet gezegd is. In samenhang met gehoord wordt het nog wat raadselachtiger, we hebben gehoord wat niet gezegd is. Het zou logischer zijn dat dit ongehoord is. Het woord ongehoord is meer vertrouwd dan het woord ongezegd. In de titel lijkt associatief het woord ongehoord verborgen te zitten, zonder dat we dit woord gehoord hebben. Wat in deze artikelenreeks 'niet' gezegd is, is ongehoord.


Literatuur

 

Gendlin, Eugene T: Focusing (1978), Everest House; New York. Nederlandse vertaling Focussen (1981), Uitgeverij De Toorts, Haarlem; ISBN 90 6020 328 3

Martelaere, P., Een verlangen naar Ontroostbaarheid, 1993, ISBN 90 417 10051 CIP NUGI 320/611

Perls, Fritz S.; Gestalt Therapy, Verbatim, 1969

 

Wieringa, Jan Philip
Ongezegd Gehoord 1 – Ontwarend Bewustzijn (2012)
Ongezegd Gehoord 2 – De Jacht op Mezelf (2012)
Spelen met Niets: Eindscriptie Gestaltopleiding 1995, eigen uitgave
Vrije Wil: onbestaande realiteit (2011)

 

© Jan Philip Wieringa, augustus 2013