Afdrukken

Over het niet-bestaan van Gestalttherapie

In dit artikel wil ik mijn gedachten over onze grondslagen onder woorden trachten te brengen. Eventuele praktische consequenties laat ik welbewust in het ongewisse. Ik zal een aantal kernbegrippen uit de Gestalt belichten vanuit de existentieel filosofische optiek.

In de Voorgrond van februari 2011 stond een verslag van de werkgroep Subsistentie. Hierin werd de niet-bestaanbaarheid van Gestalt-therapie beargumenteerd. Het werd niet duidelijk in hoeverre deze werkgroep de opheffing van de NVAGT als serieuze optie naar voren bracht. Mogelijk dat dit schertsenderwijs bedoeld was.

Het artikel heeft mij desalniettemin aan het denken gezet over de grondslagen van de therapie zoals wij die voorstaan. In hoeverre zijn we inderdaad gericht op niet-bestaande entiteiten en welke consequenties heeft dat mogelijk voor onze presentatie van Gestalttherapie naar buiten? Het zoeken naar erkenning en vergoedingen zouden we zelfs zeer kritisch moeten bekijken.


Existentie

Existentie, afkomstig van het Latijnse woord ‘exsistere’, betekent letterlijk: ‘naar buiten treden’. Het wordt gebruikt om het bestaan als zodanig aan te duiden. Bestaan gaat vooraf aan ‘betekenisgeving’. Sartre geeft dit weer in de zin: “Onze existentie gaat vooraf aan de essentie”. Pas achteraf kunnen we betekenis toekennen aan het bestaan van iemand: “De overledene heeft een barmhartig leven geleid.” Wanneer we ons richten op onze existentie stuiten we op de tweeledigheid van ons menselijk zijn. Aan de ene kant hebben we concreet benoembare eigenschappen, maar aan de andere kant vallen we hier nooit mee samen. Het concreet benoembare duidt Sartre aan met het ‘en-soi’ (het in zichzelf zijnde) en het hier nooit mee samenvallende noemt hij het ‘pour-soi’ (het voor zichzelf uit zijnde). Ik zal in dit licht een aantal kernbegrippen van Gestalt nader beschouwen. Ik zal echter van start gaan met een begrip dat verbonden is met de existentiële filosofie maar niet voorkomt in de vocabulaire van Gestalt: ‘God’.


Het niet-bestaan van God

Het existentialisme, dat vlak na de gruwelen van de tweede wereldoorlog in de filosofie sterk op de voorgrond stond, verklaarde God dood. Het was duidelijk geworden dat er niet iets bestaat als een wakende of zorgende macht. We zijn godvergeten alleen op deze wereld. Als we er een godsgruwelijke puinhoop van willen maken, is dat onze eigen zaak. We zijn in de meest absolute zin verantwoordelijk voor ons eigen bestaan. Het is een beangstigende en zware last die ons tegelijkertijd bevrijdt van geboden, verboden, absolute normen en waarden. De afgrond van een beangstigende vrijheid ligt aan onze voeten.

God bestaat niet.

De gevolgen van deze mensvisie laten zich tot in de tegenwoordige tijd zien. Kerken zijn leeg gelopen. De angst voor de leegte manifesteert zich in een adsurd vastklampen aan achterhaalde of dogmatische standpunten. Het existentialisme gaat echter verder dan het veroordelen van reguliere godsdiensten. Ook ideaalbeelden als een wedergeboorte, persoonlijke groei of verlichting zijn luchtspiegelingen. Ze worden als illusies en “kwade trouw” overboord gezet. We zijn in alle naaktheid zonder beschermengelen geworpen op deze wereld. We zijn onontkoombaar veroordeeld tot onze vrijheid en verantwoordelijkheid.

God bestaat niet


Het niet-bestaan van onszelf

In Gestalt staan we zo open mogelijk in de ontmoeting met de cliënt. We brengen daarbij ‘onszelf’ in. We maken gebruik van ons eigen gewaarzijn en zullen, voorzover dit ten dienste staat van de cliënt, ook delen wat wij ervaren. Ook als we het zelf niet weten of ons onzeker voelen, zullen we dit niet verbloemen maar onszelf openstellen.

Wie of wat zijn we eigelijk als we onszelf ten dienste stellen van de cliënt? Deze vraag kunnen we beantwoorden met onze naam, geslacht, leeftijd, beroep, uiterlijk, levenservaring, relaties, gevoelens, gedachten etc etc. Nooit zal een dergelijke beschrijving echter het wezenlijke van onszelf betreffen. We kunnen een andere naam, een ander beroep krijgen en onze leeftijd is ook elk jaar weer anders. We kunnen ons uiterlijk verbouwen, voor zover het niet al uit zichzelf aan het veranderen is. Ons denken en voelen is al helemaal onderhevig aan een continu veranderende stroom van ervaren. Ons ‘ik’ is niet te vangen in de wereld van dingen die ‘iets’ zijn. Ons ‘ik’ is in wezen ‘niets’ of nog scherper geformuleerd “nietende” (“le néant”). Sartre wil met dit woord het misleidende zelfstandige naamwoord “niets” vermijden.

De misvatting dat we ‘iets’ zouden zijn komt illustratief naar voren in de titel van het boek van Dick Swaab “Wij zijn ons brein”. Hij stelt het ‘wij’ gelijk aan het brein, zijnde een onderzoekbaar ‘iets’. Het is onzin die voortkomt uit kortzichtig positivistisch waandenken.


Het niet-bestaan van contact

De NVAGT noemt Gestalt “de therapie van het contact”. Het lijkt of we met de term ‘contact’ het kenmerkende van Gestalt onder woorden weten te brengen. Dit begrip is echter even verhelderend als misleidend. De illusie wordt ermee geschapen dat de Gestalttherapeut echt contact aangaat. Wat is echter echt contact? Nog basaler geformuleerd: wat is eigenlijk contact? Is het mogelijk om geen contact te hebben als we samen zijn? Is er verschil tussen echt en onecht contact?

Met dit artikel heb ik contact met jullie als lezers en jullie met mij als schrijver. Het is voor mij niet geheel zonder risico om mij bloot te stellen aan jullie oordeel. Mijn artikel kan afgebrand worden of op andere wijze bekritiseerd. Toch is het juist dit risico dat voor mij deze publicatie zin geeft. Wanneer mijn visie door jullie klakkeloos overgenomen wordt, is er geen sprake meer van contact. Het zou overeenkomen met dat jullie mijn softwarebestanden downloaden op jullie cognitieve hardware.

Voor contact is het nodig dat de ander het niet met me eens kan zijn en op een onverwachte en misschien ongewenste manier kan reageren. Ik kan niet anders dan ervan uitgaan dat jullie vanuit vrijheid reageren. Dit is, anders geformuleerd, het wederzijds bewustzijn dat als vóóronderstelling ten grondslag ligt aan ons contact. Een vóóronderstelling staat in tegenstelling tot een veronderstelling niet ter discussie. Het kàn niet anders dan dat deze vóóronderstelling er is! Contact is het elkaar ontmoeten in deze vóóronderstelling.

We kunnen ons ‘contact’, net als bij de beschrijving van ‘onszelf’ in het bovenstaande stukje, niet in haar wezen beschrijven. Een uitspraak als “We hebben een goed, gezellig of diepgaand contact” is het toekennen van een kwalificatie aan een niet-bestaand ‘iets’. De onmogelijkheid ervan ervaren we als in gesprek met een ander deze opeens een opmerking maakt over het gesprek: “Wat hebben we een goed gesprek of wat hebben we het toch gezellig samen.” Op dat moment is het niet benoembare in de wereld van de woorden gebracht en niet meer bestaand! Het enige dat we kunnen kwalificeren is onze eigen ervaring: ik vind het gezellig. Het enige dat we over contact kunnen zeggen is dat we nooit kunnen zeggen wat het is: het is vóórondersteld maar nooit waarneembaar en benoembaar bewustzijn! Contact als een gesprek of ook een niet-woordelijke wisselwerking tussen mensen, is een ‘niet-bestaande realiteit’.


Het niet-bestaan van het 'hier en nu'

De uitspraak dat we ons op het ‘hier en nu’ richten is gemeengoed in de wereld van Gestalt. Het lijkt zo vanzelfsprekend. We zijn toch ‘hier’ en het is toch ‘nu’? We zijn nooit ‘daar’ en het is nooit ‘toen of straks’.

Toch is er iets merkwaardigs aan de hand met het hier en nu: zodra we ons bewust worden van ‘het hier en nu’, staan we er namelijk buiten en is het niet langer ‘hier en nu’. We zien het hier en nu als iets wat we kunnen benoemen. We maken onderscheid tussen onszelf enerzijds en het hier en nu anderzijds. We maken geen deel uit van het genoemde hier en nu. Beter gezegd ‘hier en nu’ maakt geen deel uit van wat we waarnemen, benoemen en delen. Een uitspraak “Dit is voor mij voorgrond” is onzinnige Gestalt-cliché-praat. Op het moment van uitspreken onttrek je jezelf, creëer je een gefingeerde voorgrond van woorden en heb je een situatie geschapen die je eigen uitspraak onwaar maakt! Voorgrond kan nooit als zodanig expliciet op de voorgrond staan! Laat staan de achtergrond! Voorgrond is een vóóronderstelling en een niet-bestaande realiteit.


Het niet bestaan van de vrije wil

Het lijkt een vanzelfsprekendheid dat we vrijheid van keuze hebben: ik kies wat ik op mijn brood doe en met welke partner ik door het leven ga. Het is onweerlegbaar dat we dit als onze vrije keuze ervaren. Betekent dit ook dat er iets bestaat wat we vrije wil kunnen noemen? Als op een hersenscan van tevoren te zien is wat mijn keuze zal gaan worden bij wat ik op mijn brood doe, is dan het bestaan van mijn vrije wil ontkracht?

Wat is vrije wil en waar komen we hem tegen? Beweegt onze vrije wil zich slechts op het terrein van onze bewuste besluiten of ook op dat van onze onbewuste activiteiten? Als ik gedachteloos krab omdat mijn neus jeukt is dit dan een wilsbesluit? Als mijn vrije wil zich alleen manifesteert bij bewust genomen beslissingen, zouden mijn spontane reacties buiten de boot vallen. Irritaties en voorkeuren zouden in dat geval niet door onszelf in vrijheid bepaald worden. Desalniettemin ervaren we een vrijheid ten aanzien van wat we spontaan wel en niet leuk vinden bij een ander.

Uit bovenstaande blijkt dat onze vrije wilsbesluiten niet te concretiseren zijn. Zodra we ze willen afbakenen en het bestaan ervan aantonen, lopen we vast en verdwijnt vrijheid als sneeuw voor de zon. Een andere metafoor kan dit nog duidelijker maken: zodra we het licht op de duisternis laten schijnen is ze verdwenen. Onze vrije wil is een niet-bestaande realiteit en bevindt zich symbolisch gezien in duisternis.

Filosoferen over het al dan niet bestaan van de vrije wil is daarom op voorhand oneigenlijk. Met het begrip vrije wil staan we aan de grens van het bereik van ons denken. De bewering dat onze vrije wil bestaat is net zo oneigenlijk als de bewering dat ze niet bestaat: het is een niet-bestaande realiteit.


Het niet bestaan van niets

Vanuit bovenstaande existentiële visie op de kernbegrippen van Gestalt lijkt er niets over te blijven. In Gestalttherapie durven we te blijven bij de leegte, de impasse, het niet-weten. Als Gestalt in haar wezenlijke kenmerken en aandachtspunten op het niet-bestaande is gebouwd, blijft er dan nog iets over? Gezien bovenstaand betoog moeten we deze vraag met een deemoedig nee beantwoorden. We staan met lege handen voor niets.

Gelukkig is ook ‘het niets’ onvermijdelijk een niet-bestaand iets: het is niets. Zijn we hiermee gevangen in ons filosofisch woordenspel? Nu we toch aan het spelen zijn met ‘niets’, mogen we concluderen dat niets niets is. Het is een dubbele ontkenning die leidt naar de plus. Misschien komen we hiermee wel bij het ‘helende geheel’ van Gestalt? Nee dat is niet iets.

Gestalt is niet iets om te verkopen: Gestalt is.

© Jan Philip Wieringa, 2011